Nieuwsbrief
Nr. 3 - juni 2013
Vestius Advocaten
Terug naar het overzicht Header
Kantonrechters kritisch over payrollconstructie

Veel werkgevers stellen werknemers tewerk via een payrollonderneming om hun personeelsbestand flexibel te houden. Payrollers zijn dan formeel in dienst van de payrollonderneming, zodat een ontslagverzoek bij het UWV WERKbedrijf of de kantonrechter door de payrollonderneming wordt ingediend. Het UWV heeft speciale regels voor ontslagaanvragen door payrollondernemingen, die er in de praktijk op neerkomen dat payrollers minder ontslagbescherming genieten dan ‘gewone’ werknemers. Kantonrechters passen de ontslagregels van het UWV vaak overeenkomstig toe. Uit recente uitspraken is echter gebleken dat kantonrechters kritisch tegenover payrollconstructies staan.

Zo diende in december 2012 tien (vrijwel identieke) ontbindingszaken bij de kantonrechter Rotterdam. De payrollonderneming had al toestemming gekregen van het UWV om de betreffende payrollers te ontslaan, maar die toestemming mocht niet worden gebruikt omdat de payrollers ziek waren. De payrollonderneming vroeg daarom de kantonrechter om de arbeidsovereenkomsten te ontbinden, onder verwijzing naar het oordeel van het UWV. De kantonrechter Rotterdam week echter van het oordeel van het UWV af. De ontbindingsverzoeken van de payrollonderneming werden afgewezen. Volgens de kantonrechter moest door de formele payrollconstructie heengekeken worden naar de werkgever waar de payrollers tewerkgesteld waren. De payrollonderneming had binnen de onderneming van die werkgever moeten bekijken of de payrollers wel voor ontslag in aanmerking moesten komen, aldus de kantonrechter.

In een vergelijkbare ontbindingszaak ging de kantonrechter Almelo nog een stap verder dan zijn Rotterdamse collega. Ook hier vroeg de payrollonderneming de kantonrechter om de arbeidsovereenkomst van een zieke payroller te ontbinden, nadat daarvoor al toestemming was gegeven door het UWV. De kantonrechter Almelo week in haar tussenvonnis af van het oordeel van het UWV, ditmaal door te beslissen dat de payrollonderneming helemaal geen ontbindingsverzoek mocht indienen. Er was weliswaar een arbeidsovereenkomst ondertekend door de payrollonderneming en de payroller, maar daar keek de kantonrechter doorheen. Volgens de kantonrechter had de payroller, gelet op de bedoeling van partijen en de feitelijke uitvoering, in juridische zin geen arbeidsovereenkomst met de payrollonderneming gesloten. De payroller was naar het oordeel van de kantonrechter rechtstreeks in dienst getreden bij de werkgever waar hij feitelijk werkzaam was. Aangezien een ontbindingsverzoek alleen door een werkgever kan worden ingediend, heeft de kantonrechter in zijn tussenvonnis aangegeven het ontbindingsverzoek van de payrollonderneming niet te zullen behandelen (‘niet-ontvankelijk te verklaren’). Partijen mogen zich nog over dat voornemen van de kantonrechter uitlaten, waarna een einduitspraak volgt. Wij houden u op de hoogte van die einduitspraak.

Werkgevers moeten zich er van bewust zijn dat kantonrechters kritisch naar payrollconstructies kijken. Het risico voor werkgevers is dat payrollers bij de kantonrechter beter beschermd worden tegen ontslag dan bij het UWV of mogelijk zelfs rechtstreeks in dienst blijken te zijn, met alle gevolgen van dien.

Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u contact opnemen met Sander Pieroelie.

[tUnsubscribeLink]

Vestius Advocaten Herengracht 584
Postbus 20550 - 1001 NN Amsterdam
T +31 (0)20 521 0690  E info@vestius.com  W www.vestius.com