Nieuwsbrief
Nr. 2 - april 2016
Vestius Advocaten
In deze nieuwsbrief

Het Huis voor Klokkenluiders

Billijke vergoedingen in ontbindingsprocedures: uitzondering of regel?

Cameratoezicht op de werkvloer

Meld betalingsonmacht op tijd bij de Belastingdienst

Header
 
Het Huis voor Klokkenluiders

Op 1 maart 2016 heeft de Eerste Kamer het wetsvoorstel Huis voor Klokkenluiders aangenomen. Het Huis voor Klokkenluiders (hierna: het “Huis”) zal naar verwachting vanaf 1 juli 2016 worden ingericht, maar definitief is deze datum nog niet.

Het Huis heeft tot doel melders van maatschappelijke misstanden binnen de werksituatie beter te beschermen, waardoor misstanden in de publieke en private sector eerder zullen worden gemeld. De wet geldt niet alleen voor werknemers met een arbeidsovereenkomst of aanstelling, maar ook bijvoorbeeld voor uitzendkrachten, gedetacheerden, vrijwilligers en stagiaires. De wet beoogt de melder vooral privacy- en arbeidsrechtelijke bescherming te bieden.

Kijkende naar de arbeidsrechtelijke aspecten van het Huis betekent de nieuwe wet voor werkgevers met 50 of meer werknemers, dat een interne procedureregeling voor de omgang met klokkenluiders moet worden opgesteld. Daarvoor moet een aantal stappen zijn gezet voor de datum van inwerkingtreding. Ook moet een instemmingsaanvraag voor de ondernemingsraad van uw organisatie worden opgesteld. Vestius kan u helpen met het opstellen van een wetsconforme klokkenluidersregeling, de implementatie ervan, het opstellen van een instemmingsaanvraag voor de ondernemingsraad en, nadat de wet inwerking is getreden, kan Vestius u adviseren in situaties waarbij een melding wordt gedaan.

Lees verder >>

Voor vragen of advies over dit onderwerp kunt u contact opnemen met Bart de Vroe of Anna Görgün.

 
Billijke vergoedingen in ontbindingsprocedures: uitzondering of regel?

Sinds 1 juli 2015 is het Nederlandse ontslagstelsel en het systeem van ontslagvergoedingen ingrijpend veranderd. Uitgangspunt is nu dat iedere werknemer met twee of meer dienstjaren bij ontslag recht heeft op een ‘standaard’ transitievergoeding, berekend op basis van dienstjaren, leeftijd en de hoogte van het loon.

De rechter kan daarnaast een billijke vergoeding toekennen, als het ontslag het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. Deze vergoeding mag geen verband houden met de gevolgen van het ontslag omdat die al zijn verdisconteerd in de transitievergoeding. Ook mag hij niet worden berekend met een (kantonrechters)formule.

Hoewel hij gereserveerd is voor écht uitzonderlijke gevallen, zijn er na 1 juli 2015 toch al aardig wat uitspraken verschenen waarin een billijke vergoeding is toegewezen. Uit onze analyse blijkt dat kantonrechters nog geen gezamenlijke lijn hebben ontwikkeld waarlangs zij dit doen. Verschillende kantonrechters gebruikten hem om werkgevers die te snel naar beëindiging streven te straffen. De hoogte fluctueert sterk, en door de vaak summiere motivering valt moeilijk te achterhalen wat de kantonrechter tot zijn beslissing heeft gebracht.

Voor werkgevers is het vooral van belang om de gang naar de rechter pas te maken als het ontslagdossier voldragen is, om zoveel mogelijk te voorkomen dat ernstig verwijtbaar handelen wordt aangenomen en zo een moeilijk te voorspellen billijke vergoeding te vermijden.

Lees verder >>

Voor vragen of advies over dit onderwerp kunt u contact opnemen met Sander Pieroelie of Bas Derhaag .

 
Cameratoezicht op de werkvloer

De Autoriteit Persoonsgegevens heeft bij besluit van 29 februari jl. de Privacygedragscode sector particuliere onderzoeksbureaus van de Nederlandse Veiligheidsbranche goedgekeurd. Deze gedragscode is bindend voor particuliere onderzoeksbureaus die lid zijn van de Nederlandse Veiligheidsbranche (de NVB). Het inschakelen van een dergelijk gecertificeerd bureau kan in bepaalde gevallen voor werkgevers raadzaam zijn.

Indien een sterk vermoeden bestaat van een misstand op de werkvloer, is de bewijsvergaring vaak een obstakel. Wanneer het bewijs niet volledig waterdicht is, staat een werkgever met zijn rug tegen de muur. In sommige omstandigheden, denk aan diefstal, rest dan alleen nog het paardenmiddel van heimelijk cameratoezicht.

Omdat heimelijk cameratoezicht aan strikte wettelijke regels is gebonden en overtreding van de wet hoge boetes tot gevolg kan hebben, is het raadzaam niet op eigen houtje aan de slag te gaan. Wij adviseren, indien daar een zwaarwegende aanleiding toe is, onderzoek met camera’s over te laten aan een gecertificeerd particulier onderzoeksbureau. Zij maken melding van het toezicht bij de Autoriteit Persoonsgegevens en nemen bij het doen van onderzoek ook de overige bepalingen uit de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) op de juiste wijze in acht.

Lees verder >>

Voor vragen of advies over dit onderwerp kunt u contact opnemen met Michiel van Haelst of Lise van den Heuvel.

 
Meld betalingsonmacht op tijd bij de Belastingdienst

Betalingsonmacht ten aanzien van verschuldigde belastingen kan het beste zo spoedig mogelijk bij de Belastingdienst gemeld worden, blijkt uit een arrest dat de Hoge Raad op 4 maart jl. heeft gewezen.

Elke bestuurder van een rechtspersoon is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van – kort gezegd – de belastingen die de rechtspersoon moet betalen. De bestuurder is bovendien verplicht om betalingsonmacht onverwijld – dat wil zeggen binnen twee weken nadat de onmacht is gebleken- schriftelijk bij de Belastingdienst te melden. Hierop bestaat een aantal uitzonderingen. Wanneer de betalingsonmacht bijvoorbeeld ontstaat vanwege een hoger verschuldigd bedrag dan uit de aangifte was gebleken, kan de mededeling uiterlijk twee weken na de vervaldag van de naheffingsaanslag worden gedaan. Er mag dan geen sprake zijn van opzet of grove schuld van de bestuurder.

In de voornoemde zaak beriep een bestuurder zich er op dat hij geen melding had gedaan van betalingsonmacht, omdat die onmacht pas was gebleken na het opleggen van de naheffingsaanslag en omdat de Belastingdienst verzoekt te wachten met betalen tot na de naheffingsaanslag. Het bedrag van de naheffingsaanslag week echter niet af van het bedrag van de aangifte, waarop de Hoge Raad oordeelde dat de bestuurder twee weken na het blijken van betalingsonmacht hiervan melding had moeten maken bij de Belastingdienst.

Lees verder >>

Voor vragen of advies over dit onderwerp kunt u contact opnemen met Helger Kamerman of Pieter Verloop.

[tUnsubscribeLink]

Vestius Advocaten Herengracht 584
Postbus 20550 - 1001 NN Amsterdam
T +31 (0)20 521 0690  E info@vestius.com  W www.vestius.com