Nieuwsbrief
Nr. 3 - april 2014
Vestius Advocaten
In deze nieuwsbrief

Ook Hof zet streep door payroll constructie

Een tegenvallende investering en afgeleide schade

Pas op met afwijkende opzegtermijnen in arbeidsovereenkomsten

Header
 
Ook Hof zet streep door payroll constructie

Payrolling, het uitbesteden van de lasten van het werkgeverschap, heeft het laatste decennium een vlucht genomen. Maar het stuit ook steeds meer op weerstand, vooral vanuit sociaalrechtelijke hoek. De gevestigde vakbonden willen sinds de kredietcrisis geen partij meer zijn bij een ‘payroll cao’ en ook in het regeerakkoord is vastgelegd dat de ‘driehoeksrelatie’ meer transparant moet worden.

Maar werkelijke afbrokkeling van de payrollconstructie is in het afgelopen jaar veroorzaakt door diverse kantonrechters, die oordeelden dat er ondanks een payrollconstructie gewoon sprake was van een arbeidsovereenkomst tussen de feitelijke werkgever en de werknemer, met alle verplichtingen van dien.

Geen van de zaken is door de Hoge Raad beslecht. De casus die bij de rechter terechtkwamen wezen vooral op slecht werkgeverschap. Werknemers waren bijvoorbeeld onvoldoende geïnformeerd over de situatie. Maar de zaken onderstrepen wel de lijn in de rechtspraak die zich op dit vlak heeft ontwikkeld.

Indien het bestaande personeel wordt overgezet naar een payrollonderneming is ondubbelzinnige instemming van de werknemer vereist. Ook zal een op maat gesneden afspraken moeten maken over de risicoverdeling. Het is onverstandig de algemene voorwaarden van de payrollondernemer klakkeloos te accepteren.
Lees verder >>

Voor meer vragen over dit onderwerp kunt u contact opnemen met Michiel van Haelst.

 
Een tegenvallende investering en afgeleide schade

Het komt regelmatig voor dat investeerders worden geconfronteerd met een minder succesvol verloop van een participatie. Ze zien hun kapitaalinjectie verdwijnen, of hun aandelenpakket sterk in waarde dalen.

Waarschijnlijk geholpen door de tijdsgeest, worden dergelijke schadeclaims de laatste tijd regelmatig voorgelegd aan de rechter. De aandeelhouders willen hun investering (deels) terug. Ze beroepen zich op het standpunt dat de waardevermindering het gevolg is van onrechtmatig handelen.

Zo’n vordering is lang niet altijd succesvol. Kort gezegd komt het erop neer dat een aandeelhouder geen zelfstandig vorderingsrecht heeft jegens derden voor de schade die is toegebracht. Alleen de rechtspersoon zelf – de partij waarin was geïnvesteerd - kan vergoeding van de aan haar toegebrachte schade vorderen.

Dat blijkt ook weer uit een recent gepubliceerd arrest van het Gerechtshof te Amsterdam, waarin aansluiting werd gezocht bij veel oudere rechtspraak door de Hoge Raad. Deze had geoordeeld dat het Nederlandse rechtsstelsel voldoende mogelijkheden aan de aandeelhouder biedt om het bestuur van de vennootschap te bewegen tot het alsnog instellen van de vordering.
Lees verder >>

Voor meer vragen over dit onderwerp kunt u contact opnemen met Helger Kamerman.

 
Pas op met afwijkende opzegtermijnen in arbeidsovereenkomsten

In de praktijk blijkt dat werkgevers regelmatig de fout in gaan bij het overeenkomen van opzegtermijnen in arbeidsovereenkomsten die afwijken van de opzegtermijnen in de wet. Onjuiste of onvolledige contractuele opzegtermijnen komen in verschillende varianten voor, met verschillende gevolgen.

Een voorbeeld: in een recente zaak had een werkgever met een werknemer afgesproken dat voor hem een opzegtermijn gold van twee maanden. De opzegtermijn voor de werkgever werd niet geregeld. Toen de werknemer een maand van te voren opzei, herinnerde de werkgever hem aan de afspraak. De werknemer beriep zich vervolgens op de wet: de werkgever had in het contract voor zichzelf een opzegtermijn moeten opnemen die het dubbele was van de opzegtermijn voor de werknemer.

De kantonrechter ging weliswaar mee met de werkgever, maar het Gerechtshof Den Bosch vernietigde die beslissing. Vanuit de beschermingsgedachte voor de werknemer had de werkgever de dubbele opzegtermijn van zijn kan (ook) schriftelijk vast moeten leggen.

Deze uitspraak van het Gerechtshof schept verdere duidelijkheid over de gevolgen van onjuiste en/of onvolledige contractuele opzegtermijnen. Die komt er kort gezegd op neer dat als de werkgever niet goed oplet, de werknemer links- dan wel rechtsom in het voordeel zal worden gesteld.
Lees verder >>

Voor meer vragen over dit onderwerp kunt u contact opnemen met Sander Pieroelie.

[tUnsubscribeLink]

Vestius Advocaten Herengracht 584
Postbus 20550 - 1001 NN Amsterdam
T +31 (0)20 521 0690  E info@vestius.com  W www.vestius.com